Printversie

Algemeen  >  De Vrije School  >  Jaarfeesten  >  Sint Maarten

Het feest van Sint Maarten



De geschiedenis

Martinus de strijdbare (held), geboren in het jaar 316 na Christus. Toen hij 10 jaar was kwam hij voor het eerst met de Christenen in aanraking en zag hij voor het eerst een kruis. Zijn vader was een voornaam man in het leger van Italië, wien's grootse wens was dat Martinus in zijn voetsporen zou volgen. Opmerkelijk en uitzonderlijk voor die tijd was de hoge functie die Martinus bekleede in het leger, en het respect waarmee hij zijn "ondergeschikten" behandelde, reeds op 15-jarige leeftijd.

De Legende

Martinus moest een zware tocht ondernemen met het leger. Zo kwam hij op zijn 18e met zijn legeronderdeel aan bij de stad Amiens. Het was koud, bijna donker, de poorten zouden weldra gaan sluiten en het leger moest zich haasten om op tijd binnen de muren van de stad te zijn. Maar Martinus zag buiten de poort een arme bedelaar. Martinus had hem niets te geven, geen brood of aalmoes. Hij aarzelde echter niet en sneed zijn mantel in twee en gaf een helft aan de bedelaar.

's Nachts verscheen in een droom Christus aan zijn bed met om zijn schouders de halve mantel van de bedelaar. Christus spreekt tot de engelen: "Ziehier Martinus, nog niet eens gedoopt, heeft mij gekleed."

Hierop besluit Martinus zich te laten dopen, verlaat het leger en wijdt zijn verdere leven aan het geloof.


Elkaar zien en ontmoeten

Sint Maarten is het eerste feest van de grote advent. Het is ook het eerste feest dat in het teken staat van het licht, maar ook van elkaar zien en delen. De natuur toont zich op zijn allerruwst, de mens trekt naar binnen in de warme omhulling van het huis en ontsteekt er het vuur en de lichten.

Waarom gaf Maarten niet zijn hele mantel? Wat is dat voor een gift, een halve mantel? Een mantel was een rijk bezit, waar je een half leven mee deed. Kleding werd eindeloos versteld en als je nagaat dat de soldaten hun hele uitrusting inclusief paard zelf van hun soldij moesten betalen, geen vetpot, dan kun je wel nagaan dat die mantel een zeer kostbaar bezit was, die ook nog eens als deken diende.

Maar er schuilt nog een diepere betekenis in het schenken van de halve mantel. Dit feest gaat over delen. Maarten was een verstandig man, hij deelde de mantel, hij hield ook nog wat voor zichzelf. Als bedelaar krijg je een halve mantel, die van buitenaf naar je toe kan komen, de andere helft zul je zelf door eigen innerlijke activiteit moeten laten ontstaan.

Een ander kan jou niet geheel omhullen, je zult er zelf ook aan moeten bijdragen. Dat geldt zelfs voor een baby. Anderszijds moet de schenker niet onverstandig zijn. Het is goed te delen, maar niet zo, dat je zelf bevriest.

Roofbouw op jezelf plegen door je helemaal weg te schenken maakt je uiteindelijk tot een bedelaar. De omhulling die wij iemand schenken moet niet verstikkend zijn, maar de ander in zijn waarde laten en hem/haar innerlijke kracht geven om door te gaan en uiteindelijk zelf weer het heft in handen te nemen.


Het keerpunt

Toen Martinus nog steeds in het leger diende (onder de keizer) moest er een grote slag geleverd worden. Martinus zei:"Ik ga ongewapend de strijd in". De keizer vond dat Maarten laf was, maar kreeg ongelijk toen de andere partij van de slag afzag.
Zo bleef Martinus gespaard.
Hoewel hem hoge banen werden aangeboden koos hij bewust voor een sober, karig leven.
Hij wordt uiteindelijk bisschop van Tours en hier worden vele wonderen aan hem toegeschreven. Hij sterft op 11 november 397.

De ontwikkeling van het feest

Eerst was het een feest voor iedereen, waarbij men in processie liep. Later werd het een kinderfeest. De boeren maakten het land klaar voor de winter. De rijke oogst lag in de schuren. De kinderen togen met "bedelzakjes" langs de deuren en kregen dan noten, vruchten en fruit mee.

Binnen de Vrije School word Sint Maarten meestal gevierd door met de kleuters en eerste-klassers in de vroege avond een rondgang te maken. Iedereen is dan voorzien van een uitgeholde wortel, biet of ander knolgewas, waarin een klein kaarsje brand. Tijdens de tocht krijgen de kinderen op bepaalde plekken een appel of peer en een noot mee, om ze te herinneren aan de legende en de goedheid van Sint Maarten.

Sint Maartensliederen

Ik loop hier met mijn lantaarn,
Lantaarn loop met mij,
Daar boven stralen de sterren,
Beneden stralen wij!

Mijn licht is aan,
Ik loop vooraan,
La bimme la bamme la bom

Mijn licht is aan,
Ik loop vooraan,
La bimme la bamme la bom

Ik loop hier met mijn lantaarn,
Lantaarn loop met mij,
Daar boven stralen de sterren,
Beneden stralen wij!

Mijn licht gaat uit,
Ik ga naar huis,
La bimme la bamme la bom

Mijn licht gaat uit,
Ik ga naar huis,
La bimme la bamme la bom



Sint Martinus Bisschop

Sint Martinus Bisschop
roem van alle landen
Dat we hier met lichtjes lopen,
Is voor ons geen schande.
Hier woont een rijk man
Die ons wel wat geven kan,
Geef me appel of een peer,
Ik kom het hele jaar niet meer.
Het hele jaar, dat duurt zo lang,
als mijn lichtje branden kan!

God zal u lonen
met honderdduizend kronen,
met honderdduizend lichtjes aan,
daar komt Sinter-Maarten aan.

Ga terug