Printversie

Algemeen  >  De Vrije School  >  Jaarfeesten  >  Advent

Advent



De Germanen zagen deze tijd als een nieuw begin. Al 't oude werd opgeruimd, zelfs de vuren werden gedoofd en er werden nieuwe vuren aangelegd. Een nieuw begin. De strijd van MichaŽl is beŽindigd.

De adventstijd begint op de 4de zondag voor Kerstmis. Het woord Advent komt uit het Latijn, van 'adventus', dat 'komst' betekent. Het is de komst van het licht op aarde, waaraan de advents-tijd vooraf gaat. Advent; tijd van hoopvolle verwachting, stilte na de stormen van de herfst.

We zijn op weg naar de langste nacht. Steeds schaarser wordt het licht. In het meest noordelijke deel van Europa is het nu voortdurend nacht. De zon is er helemaal niet meer te zien (een belangrijke aanleiding voor het Sint Lucia-feest).

In donkere tijden word je als mens teruggeworpen op jezelf. Wanneer je niet meer wordt afgeleid door wat er zich buiten je afspeelt, moet je je wel met de binnenkant gaan bezighouden. Wanneer je niets meer kunt zien (duisternis) en horen (stilte) rest je niet veel meer dan voelen. Door dit alles onder ogen te zien, door er innerlijk licht op te laten schijnen, kan daar zich wat gaan ontwikkelen.

Advent, de stille tijd, waarin het groeiend kaarslicht symbolisch is voor het innerlijk licht dat het aarde-donker kan overwinnen. Met de geboorte van het Kerstkind is dat innerlijk licht op aarde gekomen, om te groeien in de mensen.


Advent op de Seizoenstafel

De Seizoenstafel tijdens de 3de Advent

De aarde is weer begonnen aan een hele nieuwe cyclus. Om daarin mee te kunnen gaan, kunnen we alle dingen die nog bij de herfst hoorden opruimen en met een hele schone jaartafel beginnen. De jaartafel wordt opnieuw opgebouwd volgens het patroon van de schepping.

Aanvullende informatie over de Seizoenstafel in de Advents-periode kun je vinden bij:
De Seizoenstafel in de Winter.



Advent op school

Op veel Vrije Scholen is het gebruikelijk om voor de kinderen een Adventstuin te maken. Dennegroen ligt in de vorm van een spiraal en binnenin brandt het licht (in de vorm van een grote kaars) waaraan elk kind zijn kaarsje (een kaarsje van bijenwas, gestoken in een mandarijntje) mag aansteken.

Zo maakt ieder de beweging naar binnen en vindt daar het licht.


Advent in verhalen

De Sterrendaalders is een sprookje van de gebroeders Grimm, zeer van toepassing op deze (advents)tijd:

Er was eens een klein meisje. Haar vader en moeder waren gestorven en zij was zo arm dat zij geen kamertje meer had om in te wonen en geen bed meer had om in te slapen, en tenslotte helemaal niets meer, behalve de kleren aan haar lijf en een stukje brood in haar hand dat iemand met een medelijdend hart haar had gegeven.

Maar zij was vroom en goed en omdat zij zo alleen op de wereld was trok zij -vertouwend op de goede God - het veld in. Daar ontmoette zij een arme man die zei: "Ach, geef mij iets te eten, ik heb zo'n honger". Zij gaf hem het hele stukje brood en zei: "Moge God het zegenen", en ging verder.

Toen kwam er een kind dat liep te jammeren en zei: "Ik heb het zo koud op mijn hoofd, geef mij iets waarmee ik het kan bedekken". Het meisje zette haar muts af en gaf dit aan het kind. En toen zij nog een tijdje gelopen had, kwam er weer een kind, en dit kind had geen borstrokje aan en had het koud. Toen gaf zij het kind het hare; en nog een eind verder vroeg er een om een rokje en dat gaf zij toen ook weg.

Eindelijk kwam ze in een bos, het was al donker. Toen kwam er nog een en die vroeg om een hemdje en het vrome meisje dacht: De nacht is donker, niemand die het ziet, je kunt je hemd best weggeven, en zij trok het uit en gaf het weg.



Terwijl zij daar zo stond en helemaal niets meer had, vielen er opeens de sterren uit de hemel en dat waren louter klinkende zilveren daalders en hoewel zij juist haar hemdje had weggegeven had zij nu een nieuw hemdje aan en dat was van het allerfijste linnen.

Daarin vergaarde zij de daalders en was voor haar hele leven rijk.


Ga terug