Printversie

Algemeen  >  De Vrije School  >  Jaarfeesten  >  Driekoningen

Driekoningen

De epifanietijd, ook driekoningentijd genaamd, begint op 6 januari. Tot deze tijd behoren vier zondagen en vier weken.

De zesde januari bezat vroeger in de christenheid een grote betekenis, die ver uitsteeg boven die van ons huidige kerstfeest. Volgens de Bijbel kwamen de drie wijzen (later koningen) pas op 6 januari met hun geschenken aan bij de stal in Bethlehem.

Kaspar gaf Jezus mirre, een parfum waarmee doden werden ingewreven, om aan te geven dat Jezus zou lijden en sterven. Van Melchior kreeg Hij het rode Goud, ten teken dat Hij de Koning der Koningen zou zijn. Balthasar bracht wierook mee, ten teken dat Jezus zou worden geerd.



Dertig jaar later voltrok Johannes de Doper op 6 januari de Jordaandoop aan Jezus van Nazareth. Johannes werd bij deze doop de getuige van de eigenlijke geboorte van Christus. Want 'de hemelen openden zich en hij schouwde de Godesgeest die nederdaalde als een duif en over hem kwam.' En de stem uit de hemel die Johannes op dit verheven moment kon horen, sprak: 'Deze is mijn geliefde Zoon, in wie ik mij openbaar.'

Dit moment wordt in een belangrijke passage uit het Lukasevangelie als volgt omschreven:'Ik heb u heden verwekt.' Met de doop in de Jordaan, de geboorte van Christus op aarde in het lichaam van Jezus van Nazareth, beginnen de drie jaren op aarde van de Zoon Gods.


'Epifanie', 'verschijning' wordt deze tijd genoemd. Het woord vindt zijn oorsprong in het Griekse epiphaino = 'over-schijnen'. De ster die de koningen hadden gezien, was niet zichtbaar aan de uiterlijk waarneembare sterrenhemel. De belangrijke sterrenconstellaties uit die tijd vormden als het ware een profetische verwijzing naar de belangrijke geestelijke gebeurtenis, waarop de ingewijden in alle grote culturen wachtten.

De 'ster' die daar beleefd werd, was het geestelijke wezen van de goddelijke Zoon, die straalde over het kind op aarde. En deze 'ster' verbond zich tijdens de doop in de Jordaan met Jezus van Nazareth.



Feest en gebak
In de Middeleeuwen duurde het feest soms acht dagen. In sommige landen (waaronder Spanje) wordt Driekoningen nog steeds uitvoerig gevierd. Het is voornamelijk een kinderfeest dat veel weg heeft van het Sinterklaasfeest. Een paar weken voor Driekoningen schrijven kinderen een brief naar de drie koningen waarin ze vertellen wat ze graag willen hebben. Op 6 januari zijn er optochten waarbij de koningen snoepgoed naar de kinderen gooien.

Ieder kind wil graag een koning zijn. Op Driekoningendag bepaalt het lot je koningsschap. Een taart, brood, cake of koek kan dit uitgekozen worden in zich dragen. Je kunt drie bonen in het baksel verstoppen: twee witte en bruine. Dat is om de mensen eraan te herinneren dat twee van de koningen wit waren en n bruin. Het kind dat de bruine boon krijgt, mag die dag koning zijn en is de baas over iedereen.


De Seizoenstafel
Het bij kinderen zo geliefde stalletje kan in de driekoningentijd nog een tijdje blijven staan, maar dan moeten er wel een paar wijzigingen worden aangebracht. Je kunt de herders langzaam laten verdwijnen, die gaan hun schapen weer hoeden. Maria wordt meer in majesteit weergegeven met een gouden band om het hoofd en het kind in de armen.

De koningen zijn nu op bezoek in de stal: Bathasar is de oudste, Melchior is de middelste heeft een rode mantel en Kaspar is de donkere koning met een groene mantel. Als de drie koningen zijn geweest moeten Jozef en Maria vluchten naar Egypte.

De ster kan blijven hangen tot 2 februari, Maria Lichtmis.

Of je kiest ervoor om langzamerhand de stal op te ruimen en de koningen nog even te laten staan.



Ga terug