Printversie

Algemeen  >  Zelf maken

Nils op de gans

Nils
Nog een foto: Nils en de gans in vooraanzicht

Materialen
  • goed uitgeplozen schapenwol (vulling)
  • wit vilt (gans)
  • geel vilt (snavel en poten gans)
  • groen vilt (vestje van Nils)
  • lapjes katoen voor kleding van Nils
  • stukje poppentricot (Nils)
  • leren veter
  • klompjes
  • rode joggingstof of flanel
  • enkele draden breikatoen (haar Nils)
  • patroonpapier
  • plakvlieseline
  • chenilledraad
  • bruin vilt (rugzakje)
  • nylondraad
  • lijm (bij voorkeur met behulp van een lijmpistool)

In totaal zal de gans ongeveer 27 cm en Nils 11 cm zijn.

Klik hier voor het patroon van Nils en de gans
 
N.B. de verhouding van de patronen is als volgt: een 'pagina' staat gelijk aan een op A4 geprint exemplaar.

De Gans

Neem de patroondelen over op patroonpapier en leg de delen voor de gans op het witte vilt. Knip de 2 helften van het lijf, 4 vleugels en 1 keer de buik van de gans. Leg de vleugels op elkaar met stevige plakvlieseline ertussen als versteviging. Naai de vleugels nu met de goede kant op elkaar (vilt rafelt toch niet) en stik ze door op de stippellijnen. Stik nu de 2 helften van het lijf aan de buik, maar laat daarbij de staartstukjes tussen punt L en Q uitsteken. Vul de gans nu stevig op met de goed uitgeplozen wol, let op dat er geen harde stukjes meer in de wol zitten. Zet de vleugels op de aangegeven plaats vast. De snavel nu uit geel vilt knippen (ook weer zonder naad) en op de stippellijn aan elkaar naaien. De poten op het lange stuk dubbelvouwen en dichtnaaien, zet de op de aangegeven plaats aan het lijf vast (dit allemaal met de hand).

Nils

Knip het lijfje uit het poppentricot met een kleine naad. Stik het lijfje dicht, maar laat de hals open. Knip voorzichtig de naad aan de binnenkant bij de rondingen iets in. Neem het chenilledraad en geef het de vorm van het lijfje. Nu gaat het tricotlijfje om het gebogen draadlijfje, waarna het lijfje met wol goed opgevuld wordt.

1a

Afb.1a: Maak van goed geplozen (er mogen geen stukjes meer inzitten) schapenwol een bol, plaats deze vervolgens op een stukje (onder)tricot. Nu de lap in je hand stevig aantrekken en tot een mooie ronde bol kneden. Met de centimeter meet je nu van nek tot nek, die moet bij dit popje ongeveer 9 cm. zijn. Dan kan de nek stevig afgebonden worden met het afbinddraad.

Afb.2a: Met een lange stevige draad nu de bol in tweeën delen, stevig aantrekken, nu met een platte knoop aan de zijkant vastzetten, dit is nu de 'ogendraad'. Nu heb je een lange en een wat kortere draad.

Afb.3a: De platte knoop van hierboven komt aan de zijkant, de langste draad trek je nu over het hoofd, van oor naar oor, dit is de 'fontanellijn'.
4a

Afb.4a: Trek de draad met een haaknaald in een lus onder de ogendraad door, trek heel strak aan !

Afb.5a: Met de lange naald nu de twee draden van links naar rechts, van oor- tot oorpunt dwars door het hoofd steken. De ogendraad wordt meteen aan elke kant vastgezet met een kruissteekje.

Afb.6a: Trek met de haaknaald de draden vanaf de oorpunten naar beneden, onder de hals door, hier met een platte knoop om de hals vastbinden met een platte knoop: dit is de 'kindraad'.

7a

Afb.7a: Kijk nu naar het hoofdje en bepaal de mooiste kant als gezicht, trek de achterste draad naar de nek ( 2 cm vanaf de nek)

Afb.8a: Draad nr. 1 nu verbinden met de kindraad nr. 2, d.m.v. een haaknaald nu kruiselings met elkaar verbinden, vanaf de nek naar het oorpunt toe.

We gaan verder:

1b11b2

Afb.1b: Vouw een tricot lapje in de lengte dubbel, er moet nu een kokertje ontstaan. De resterende centimeters zijn voor de handjes. Stik het kokertje dicht, knip de overtollige stof weg en keer het.

2b

Afb.2b: De koker nu over het binnenhoofd trekken, zo dat de naad net onder de haargrens loopt en naar achteren ligt. Let op de draadrichting !!

Afb.3b: Op het hoofd de stof tegen elkaar naaien tot 2 cm. van de uiteinden: knip nu de twee ontstane punten af en naai ze plat op het hoofd.

7b

Afb.7b: Nu ga je de ogen intrekken, als volgt: zet een speld op elk oorpunt, meet de tussenliggende afstand. Op de helft hiervan ook een speld steken, vanaf dit punt ±1½ cm. naar links en 1½ cm. naar rechts een blauwe speld prikken. !!! de ruimte tussen de ogen is afhankelijk van de grootte van het hoofd !!!

Afb.8b: Met een lange (poppen-)naald en een stevige draad achter in het hoofd schuin naar boven steken, iets boven de speld uitsteken, dan om de 'ogendraad' die onder de stof loopt, iets onder de speld weer terug naar achteren trekken en vastzetten, hierdoor ontstaat de oogkas. Idem 2e oog, even hoog en op dezelfde diepte.

Afb.9b: Met een blauw potlood de ogen inkleuren, voor het mondje een rose kleur gebruiken. Ogen en mond vormen een gelijkzijdige driehoek, als laatste nog een blosje op de wangen met het rose potlood.

Naai het hoofdje tenslotte met hele kleine steekjes onzichtbaar aan de halsopening vast.

Kleding Nils

Knip het broekje uit een lapje katoen, naai de broekdelen op elkaar volgens de stippellijnen en keer de goede kant naar buiten. Voor een goede 'pasvorm': maak bovenin de broek een klein omslagje, waardoor elastiek geregen wordt. Vouw een lapje voor de blouse dubbel en knip het uit. Stik de zij- en schoudernaden. Trek Nils de kleertjes aan en lijm de klompjes aan de voetjes. Knip uit het groene vilt het vestje en naai de schoudernaadjes dicht, omkeren en ook dit aantrekken bij het popje. Voor het mutsje een lapje flanel of joggingstof van 8 bij 8 cm dubbelvouwen en de zijnaad dichtstikken. Rijg door de bovenkant een draad en trek die stevig aan, de muts kan nu met de goede kant naar buiten gekeerd worden. Maak er een zoompje in van ongeveer 2 cm. Naai aan de bovenkant een pompoen of kwastje. De haartjes kunnen nu gemaakt worden met behulp van de wol, en als dat klaar is kan het mutsje erop vastgezet worden. Voor de rugzak een rondje uit bruin vilt knippen en er een draadje doorrijgen volgens de stippellijn, aantrekken en vastzetten. Twee stukjes veter worden nu als draagbanden aan het rugzakje vastgezet, en op de rug van Nils vastgemaakt.

Nu kan Nils, aangekleed en wel, goed stevig op de rug van de gans worden vastgezet. De teugel (ook een stukje leren veter) die Nils in zijn handjes heeft, wordt vastgezet in de snavel van de gans. Ten slotte kan de gans opgehangen worden, hiervoor wordt het nylondraad gebruikt. Maak een driehoek-constructie waarbij er een draad van elke vleugel komt en een aan Nils.

Ik wens je heel veel plezier bij het maken!

 

Ga terug